[]

es nl

Onze stichter

Vicente werd op 12 november 1896 geboren in Benaguacil (Valencia) Spanje. Hij studeerd op het Conciliair Seminarie van Valencia en werd daarna beursstudent op het Koninklijk College Corpus Christi (Real Academia) te Valencia.

Hij werd op 12 juni 1921 priester gewijd en achtereenvolgens als Coadjutor aangesteld in de dorpen Benimasot en Albaida (Valencia).

Van 1922-1936 was hij Directeur van de Hogeschool ´Z. Johannes van Ribera’ (Colegio Mayor del Beato Juan de Ribera) te Burjasot (Valencia).


Om hem beter te leren kennen, klik op onderstaande link.

LEES MEER:

Vicente Garrido Pastor, Stichter                                             

(Biografische gegevens)

Vicente werd op 12 november 1896 geboren in Benaguacil, een dorp niet ver van de stad Valencia (Spanje). Als jongen studeerde hij eerst op het Seminarie van Valencia en daarna werd hij beursstudent op het Koninklijk College Corpus Christi (Real Academia) te Valencia.

Hij werd op 12 juni 1921 priester gewijd en achtereenvolgens als Coadjutor aangesteld in de dorpen Benimasot en Albaida (Valencia).

Van 1922-1936 was Vicente Directeur van het Studentenhuis ‘H. Johannes van Ribera’ te Burjasot (Valencia).

 

Academische vorming en leraarsambt

 

In 1922 behaalde Vicente de titel van doctor in de theologie aan de R.K. Universiteit van Valencia. Hierna kreeg hij een aanstelling tot leraar aan het Seminarie van de Paters Kapucijnen te Godella (Valencia) en werd Godsdienstgedelegeerde aan diverse Middelbare Scholen en Academies voor Middelbaar Onderwijs in Valencia.

Tevens werkte hij als godsdienstleraar aan het Instituut ‘San Vicente Ferrer’, waar Middelbaar Onderwijs aan vrouwelijke studenten werd gegeven en kreeg hij een aanstelling tot hoogleraar in de moraaltheologie aan het Seminarie van Valencia en van het Diocesaan Instituut voor religieuzen ‘Sedes Sapientie’.

 

Bevordering van de lekenstand                                                                                              

en van de vrouw in de Kerk

 

Wat in het apostolisch werk van Vicente het meest opvalt, is zijn activiteit onder de vrouwelijke jeugd.

In 1924 werd hij benoemd tot Geestelijk Adviseur van de Katholieke Vereniging voor Vrouwelijke Studenten, waarvoor hij een ambulante bibliotheek en een academie oprichtte, die gratis konden worden bezocht. Hij hield ook studentenbijeenkomsten en in 1925 vroeg hij aan Aartsbisschop Prudencio Melo toestemming om voor de vrouwelijke jeugd van Valencia de Katholieke Actie op te richten. Hiervoor stelde hij zelf een reglement op en werd tot Raadsman aangesteld.

Ook stelde men hem in 1939 tot Raadsman aan van de Nationale Katholieke Vereniging van Propagandisten in Valencia.

 

Retraiteleider en Geestelijk Adviseur

 

In 1956 slaagde hij voor het examen van Kanunnik Penitentiarius voor de kathedraal van Valencia. Naast de verplichtingen die deze taak met zich meebracht, besteedde hij veel tijd aan het sacrament van Boete en Verzoening en aan geestelijke begeleiding.

Begiftigd met de buitengewone gave van raad, heeft hij talloze mensen begeleid: religieuzen, jongeren, mensen uit de stad en omringende dorpen, priesters, bisschoppen…

Monseigneur García Lahiguera, aartsbisschop van Valencia, zei: “vanaf de eerste dag was hij voor mij de meest aangewezen biechtvader. Hij was begiftigd met de gave van raad, karakteristieke eigenschap van een goede biechtvader of geestelijk adviseur. Hij luisterde aandachtig en vol belangstelling en sprak vol overtuiging. Hij was de goede leidsman die vooral gehoor gaf aan de werking van de Heilige Geest, zonder ooit op Hem vooruit te lopen of deze te verdringen. Zijn raad was overtuigend en juist. Ik erken dit als één van de grootste genaden die God ooit aan mijn ziel heeft geschonken.”

 

Vicente viel vooral op als hij retraites gaf, welke hij een uitstekend middel vond voor de innerlijke vernieuwing van de mens en zijn ontmoeting met de Heer, en in 1940 getuigde aartsbisschop

Dr. Melo y Alcalde van Vicente: “hij wijdt zich intens aan de begeleiding van de zielen, hij leidt allerlei retraites, waaronder ook aan arbeiders.”

 

Tijdens zijn retraite onderrichtte hij heel veel mensen uit allerlei maatschappelijke en kerkelijke kringen, die volgens zijn leer en richtlijnen werden  gevormd. Vooral door het getuigenis van zijn eigen leven gaf Vicente een waarachtig voorbeeld. Hij volgde de Ignatiaanse methode en leidde in totaal meer dan duizend retraites. In 1939 organiseerde hij in Valencia de eerste recollectie die hij zelf leidde en gaf tevens als eerste een retraite, vlak na de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939).

 

Stichter van een Seculier Instituut

 

Tijdens dit zeer actief apostolisch leven, waarin hij, Christus’ kruis dragend, een grote zelfverloochening beoefende en een innig spiritueel leven leidde, begon Vicente Garrido met zijn Stichting van het Seculier Instituut Obreras de la Cruz.

Vanaf 1923 deed hij veel aan de vorming van de katholieke jeugd, en onder zijn leiding en aanmoediging groeide al snel het aantal jonge vrouwen die zich radicaal aan God en aan het apostolaat in de wereld wilden wijden. Zo vormde zich de eerste groep van degenen die later Obreras de la Cruz zouden zijn.

Gedurende de republikeinse regering in Spanje richtte Vicente een burgerlijke vereniging op, die intellectueel van aard was en zich richtte op het doen van goede werken. Tegelijkertijd voerde hij veel geestelijke en menselijke activiteiten uit. En op deze wijze ontstond, naar zijn eigen zeggen, haast onwillekeurig “iets waaraan hij nooit had gedacht.”

Deze jonge vrouwen, in wie het verlangen van een apostolisch leven groeide, gaven zich over aan de radicale navolging van Christus en leefden volgens de evangelische raden in de wereld.

Naast hun drukke apostolische activiteiten vielen bij hen op: het gebed en het eerherstel, het werk en de eenvoud, de liefde tot de Eucharistie en tot de gekruisigde Christus, en een innige devotie tot Onze Lieve Vrouw, de Moeder van Smarten.

 

Door zijn lekenapostolaat was het voor Vicente duidelijk geworden dat de leken zeer geschikt waren om zich in de maatschappij te integreren. Daarom wenste hij vanaf het begin dat zijn Stichting uit leken zou bestaan, die zich volledig aan God hadden toegewijd, bezield door een diep geestelijk leven, maar levend temidden van de wereld.

Toen de Constitutie Provida Mater Ecclesia in 1947 werd gepubliceerd, zag hij dat deze juridische vorm beantwoordde aan zijn intuïties en aan zijn idee over een Stichting.

In 1964 werd de Vrome Vereniging in Valencia goedgekeurd als Seculier Instituut met bisschoppelijk recht en in 1971 verleende Paus Paulus VI het Decretum Laudis en gaf het Seculier Instituut de goedkeuring met Pauselijk recht.

 

Dit is de stichting waaraan de Dienaars Gods al zijn krachten wijdde, waaraan hij al zijn zorg besteedde door zijn voorbeeld, woord, enthousiasme en deugdzaamheid.

 

Op 12 juni 1971, toen hij zijn gouden priesterfeest vierde, verleende de H. Stoel het Decretum Laudis aan zijn Instituut – dat een erkenning was voor zijn intens priesterlijk leven – en op dezelfde dag benoemde de H. Vader hem tot Ereprelaat van Zijne Heiligheid, als eerbetoon aan zijn verdienstelijk leven in dienst van de Kerk.

 

Oprichter van de Tak van Cooperadores

 

In 1972 richtte hij de Tak van Cooperadores op voor personen die, zonder de evangelische raden te beoefenen, in de geest van het Instituut leven en meewerken aan zijn apostolaat.

 

Spoor van heiligheid

 

Op 16 april 1975, na enkele maanden van een pijnlijke ziekte, ontving Vicente het definitieve loon voor zijn buitengewone inzet. Zijn leven liet een spoor van heiligheid na.

 

Bij zijn uitvaartmis ging de Aartsbisschop van Valencia, de dienaar Gods José María Lahiguera voor, en concelebreerde met de hulpbisschoppen en ongeveer 100 priesters.

De toeloop van gelovigen was enorm.